logo009

RUPSBAAN VAN J.W. DE VOER - SCHOLTEN

UIT ULVENHOUT

Omstreeks 1925 ontwikkelde The Spillman Engineering Corporation in Amerika een nieuwe vermaakzaak die de naam ‘Caterpillar’ kreeg. Het was een variant op de inmiddels traditionele Berg- en Dalbaan, alleen veel spannender door de meedraaiende kap boven de gondels. Deze ‘Caterpillar’ zou voor Spillman een groot succes worden, want al vrij snel was er veel interesse voor deze attractie, zeker vanuit Europa. Het kon niet uitblijven dat er al vrij snel de nodige exemplaren werden verkocht.

JWV2

J.W. de Voer

VAN CATERPILLAR NAAR RUPSBAAN
In Nederland werden twee exemplaren besteld door de gebroeders A. en N. Hommerson uit Ginneken, maar bij levering werd er één ‘Caterpillar’ gelijk doorverkocht aan de firma C.M. Vermolen uit Den Dolder. De ‘Caterpillar’ kostte destijds achtduizend gulden, inclusief overtocht en begeleid door een ingenieur die assisteerde bij de eerste opbouw. Opvallend bij deze attractie was dat de molen, net als bij sommige Reuzenraderen werd voortbewogen door een staalkabel. De benaming ‘Caterpillar’ werd in Nederland vrijwel niet gebruikt. Hier ging de attractie reizen onder de naam ‘Rupsbaan’.

DRIE RUPSBANEN
Ook in België kwamen één of meerdere ‘Caterpillars’ terecht. Één exemplaar werd in ieder geval geleverd aan A. de Croon. Deze exploitant liet speciaal voor zijn nieuwe aanwinst bij Decap een orgel bouwen, waarbij in het beeldhouwwerk van het front diverse rupsen werden verwerkt. Hoe lang De Croon met de Rupsbaan heeft gereisd is niet bekend, maar enige tijd later kwam de Rupsbaan terecht bij Josef Middernacht, ook een kermisexploitant uit België. Middernacht op zijn beurt verkocht aan het einde van de dertiger jaren de attractie, inclusief het Decap orgel, naar Nederland. De nieuwe eigenaar werd de firma C.F. Vale uit Bergen op Zoom en deze exploiteerde dus na de firma’s Hommerson en Vermolen de derde Rupsbaan op de Nederlandse kermissen.

Het orgel dat A. de Croon liet bouwen bij Decap.

Rups1

ORGELS
Origineel hadden de ‘Caterpillars’ van Spillman geen dakconstructie. Alleen het gedeelte boven de baan was overkapt. Toen Vale echter de baan van Middernacht overnam had deze inmiddels wel een puntdak met zeil aan gebracht. De Rupsbaan van Vale had echter nog geen front, maar wel een gebeeldhouwde buitenrand, die kort daarop tijdens de oorlogsjaren werd gebruikt om stellingen te bouwen. Toen Vale in 1945 weer op reis wilde gaan had hij dus geen buitenrand meer. Daarop werd besloten om bij de bekende firma Ribbens uit Bergen op Zoom een nieuw front te laten maken.

Rups3

Gelijktijdig werd toen ook de tent vergroot. Deze was in eerste instantie rond, maar werd nu aan de voorkant uitgebouwd en recht gemaakt, waardoor de zaak ineens veel groter werd.

Het Decap orgel bij de Rupsbaan had inmiddels de naam ‘Falko’ gekregen en niet wat soms beweerd wordt ‘Valco’. In de loop van de vijftiger jaren verkocht Vale de Rupsbaan aan J.W. de Voer - Scholten uit Ulvenhout bij Breda, die toen reisde met een Draaimolen en een Luchtschommel. Het Decap orgel werd verkocht aan de firma Janvier en kreeg een plaats in het Lunapark. Korte tijd later kwam het Lunapark met Decap orgel in handen van de firma P. Roels. Dit Lunapark met Decap orgel reist nog steeds onder de firma Roels, maar hoofdzakelijk in België.

J.W. de Voer bezat zelf een 68 toets Wellershaus orgel wat hij bij de Rupsbaan kon plaatsen. Maar aangezien de kermis in een periode verkeerde dat de orgels langzaam aan het verdwijnen waren moest ook dit instrument na korte tijd plaats maken voor mechanische muziek. Inmiddels was de zaak van de Voer de enige ‘Spillman Caterpillar’ die in Nederland was overgebleven. Het exemplaar van Hommerson was inmiddels verkocht en die van de firma Vermolen had men achter moeten laten tijdens de tournee door Egypte.
Na verloop van tijd werd Nederlands grootste Rupsbaan nog groter, want de tent werd achterin, aan weerszijden van de binnenkassa, verder uitgebouwd om meer ruimte te creëren voor het publiek. Al gauw bleek dat deze extra ruimte, vooral bij avond, veel donkere nissen had, die dan gebruikt werden door vrijende paartjes, maar deze werden er door de familie de Voer op geattendeerd, dat dit niet de bedoeling was.

Rups5

De Rupsbaan van J.W. de Voer en later gebroeders de Voer bezocht vaak dezelfde plaatsen, zoals Den Haag, Eindhoven, Waalwijk, Ginneken, Goirle, Oldenzaal, Almelo, Leeuwarden, Laren, Breda, Geleen en in Tilburg, waar de zaak maar liefst twaalf jaar achtereen op het Piusplein stond.

NAAR PRETPARK
In het begin van de zeventiger jaren werd de Rupsbaan door de Gebroeders de Voer verkocht aan het Ponypark Slagharen, waarna de firma zelf overging op de exploitatie van Autoscooters. In het Ponypark Slagharen sleten inmiddels veel oude kermisattracties hun laatste dagen en het was in die tijd een waar lustoord voor liefhebbers van kermisnostalgie. Wel was het jammer dat veel attracties werden aangepast voor een langdurig verblijf in het pretpark, waardoor vaak de originele dakspanten met zeil werden vervangen door een massief houten kap, zodat het van

Rups9

buiten net op een schuur leek. Ook het onderhoud was minimaal. Technisch gezien was men verplicht de Rupsbaan te onderhouden, maar aan het schilderwerk ontbrak wel het één en ander. Toch heeft de Rupsbaan hier nog vele jaren gedraaid, maar toen na verloop van tijd de één na de andere nostalgische attractie verdween moest uiteindelijk ook de Rupsbaan het ontgelden.

Opvallend was toen wel dat de tent van de Rupsbaan bleef staan. Alleen het complete draaiwerk en aandrijfmechanisme werd verwijderd. De vrijgekomen ruimte werd toen opgevuld met speeltoestellen voor kinderen, dus met andere woorden, de Rupsbaan werd een overdekte speelhal. Alleen de originele zuilen van de tentconstructie en de binnenkassa herinneren nog aan deze prachtige vermaakzaak, die ondanks meerdere eigenaren, bij de meesten toch wel bekend zal blijven als Nederlands grootste Rupsbaan van de familie de Voer uit Ulvenhout

Rups13 Rups14

Van Rupsbaan tot speelhal.

De Rupsbaan in het Ponypark Slagharen.

Rups15

Zuilen en binnenkassa herinneren
nog aan hoe het ooit was.

Johannes Wilhelmus de Voer was getrouwd met Aleida Maria Scholten. Hij overleed op 73 jarige leeftijd op 1 juli 1969 te Ulvenhout, zij overleed in1987. Het echtpaar woonden met hun kinderen op de Annevillelaan te Ulvenhout. Het is nog steeds het adres van waaruit de zonen hun autoscooters exploiteren en waar jaarlijks het ‘orgel festijn’ plaats vind.

H. van Oers

Deze site is het laatst aangevuld/bewerkt op 27 april 2011.

Veel foto’s en afbeeldingen uit de diverse hoofdstukken en meer vind u op http://album.kermishistorie.nl